pagina afdrukken


Architect is belanghebbende

Een architect van een kantoorpand is belanghebbende bij een omgevingsvergunning die leidt tot wijziging of aantasting van het oorspronkelijke ontwerp van het door hem ontworpen kantoorpand. Dit oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in zijn uitspraak van 14 februari 2018.

Een architect van een kantoorpand is belanghebbende bij een omgevingsvergunning die leidt tot wijziging of aantasting van het oorspronkelijke ontwerp van het door hem ontworpen kantoorpand. Dit oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in haar uitspraak van 14 februari 2018.

De bescherming tegen de aantasting van het auteursrecht en de daaruit voortvloeiende persoonlijkheidsrechten vormen naar het oordeel van de Afdeling in het onderhavige geval een voldoende objectief en persoonlijk belang dat rechtstreeks bij de besluiten is betrokken. Doordat hij belanghebbende is, kon de architect bij de bestuursrechter opkomen tegen een omgevingsvergunning voor de verandering van het gebouw.

Het project waarvoor de omgevingsvergunningen zijn verleend, betrof het veranderen van een bestaand kantoorgebouw in een woongebouw met acht appartementen. De procedure was aanhangig gemaakt door de architect van het kantoorpand. De architect vreest dat de architectonische en monumentale waarden van het pand ernstig worden aangetast en streeft naar behoud van de oorspronkelijke staat van het gebouw.

Verweerders stellen zich op het standpunt dat de architect geen belanghebbende is bij de omgevingsvergunningen omdat geen sprake is van gevolgen van enige betekenis op grond waarvan de architect als belanghebbende kan worden aangemerkt. Zij verwijzen hierbij naar een vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter in een civiele procedure. Volgens de voorzieningenrechter is ten aanzien van de noordgevel van het kantoorpand sprake van een wijziging in het bouwwerk waarvoor geldt dat dat het verzet van de architect daartegen in strijd moet worden geoordeeld met de redelijkheid. Ten aanzien van de zuidgevel van het kantoorpand heeft de voorzieningenrechter geconcludeerd dat sprake is van een aantasting van het bouwwerk, maar dat die geen nadeel zal kunnen toebrengen aan de eer of goede naam van de architect als maker van het kantoorpand of zijn waarde in deze hoedanigheid. De Afdeling gaat hier echter niet in mee. Het oordeel van de voorzieningenrechter is volgens de Afdeling slechts een inhoudelijk en voorlopig oordeel over de mate van aantasting van het bouwwerk. Dit oordeel bindt de bestuursrechter niet.