pagina afdrukken


Grenswaarden luchtkwaliteit

In Nederland wordt niet voldaan aan de Europese grenswaarden voor de luchtkwaliteit. De kort gedingrechter in Den Haag heeft de Staat op vordering van Milieudefensie en de Stichting Adem veroordeeld om binnen twee weken te beginnen met het opstellen van een luchtkwaliteitsplan.

De Nederlandse Staat kan de luchtkwaliteit niet verbeteren, ook al zou zij dat willen.

In Nederland wordt niet voldaan aan de Europese grenswaarden voor de luchtkwaliteit. De kort gedingrechter in Den Haag heeft de Staat op vordering van Milieudefensie en de Stichting Adem in zijn beslissing van 7 september 2017 veroordeeld om binnen twee weken te beginnen met het opstellen van een luchtkwaliteitsplan dat voldoet aan de Europese richtlijn betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa. De Staat moet ook in kaart brengen waar nog sprake is of zal zijn van te verwachten overschrijdingen en de Staat mag geen maatregelen meer nemen die tot nieuwe overschrijdingen van de grenswaarden voor stikstofdioxide of en fijnstof zullen leiden. Er loopt ook een bodemprocedure, maar die kan volgens de kortgedingrechter niet worden afgewacht.

De vraag is; zet dit nu echt zoden aan de dijk of is het een symbooluitspraak. De tweede vraag is of het door de milieubeweging gestelde doel ook echt kan worden bereikt.

Het lijkt op een symbooluitspraak. De rechter is niet zover gegaan dat hij de Staat concreet voorschrijft welke maatregelen moeten worden genomen. Dat valt volgens de rechter onder de beleidsvrijheid van de Staat. De vordering die ertoe strekt dat onmiddellijk aansluitend op de identificatie van knelpunten maatregelen worden getroffen is dan ook afgewezen. Volgens de rechter is die vordering prematuur aangezien eerst een luchtkwaliteitsplan dient te worden vastgesteld, waarbij dient te worden onderzocht welke maatregelen nodig zijn. Dit geeft de Staat toch mogelijkheden om het plan tot op zekere hoogte naar eigen inzicht in te vullen. Wel is van belang dat nu goed moet worden gekeken naar  de eisen die de Europese richtlijn betreffende de luchtkwaliteit aan het plan stelt. De rechter meent dat de Staat daarin tekort is geschoten. Opvallend is ook dat de uitspraak van de rechter de Staat verplicht om binnen twee weken met het opstellen van een nieuw plan te beginnen. Dat zegt nog niet wanneer het plan klaar moet zijn. De Staat wordt immers niet veroordeeld om dat plan voor een bepaalde datum afgerond te hebben, laat staan te hebben uitgevoerd. Het lijkt er dus op dat de milieubeweging wel punten heeft gescoord maar met deze uitspraak nog niet bereikt wat ze eigenlijk wil, te weten het opleggen van de verplichting aan de Staat om concrete maatregelen te nemen die binnen een bepaalde periode ook tot resultaat zullen gaan leiden. Het verbod om nieuwe maatregelen te nemen die tot een voortgaande danwel hernieuwde overschrijding zal leiden is wat meer concreet, maar lost de bestaande overschrijdingen niet op.

Het allergrootste probleem waar de Staat ten aanzien van de luchtkwaliteit mee zit, is waarschijnlijk dat zij maar zeer beperkt invloed heeft op de maatregelen die zouden moeten worden genomen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Een belangrijk deel van de verontreiniging komt immers over de grens uit het buitenland aanwaaien. Tevens zijn onherroepelijke vergunningen verleend voor allerlei activiteiten die luchtverontreiniging veroorzaken. Er zijn ook vele activiteiten die luchtverontreiniging veroorzaken en waarvoor niet eens een vergunning nodig is. Hoewel het de bedoeling is dat een dergelijk plan ook daadwerkelijk leidt tot vermindering van de luchtverontreiniging tot beneden de Europese grenswaarden, zal meen ik op enig moment ook moeten worden onderkend dat de Staat onvoldoende middelen in handen heeft om dit uiteindelijk te kunnen bereiken.