pagina afdrukken


PGS heeft geen directe werking

Een PGS-richtlijn betreft geen direct bindende wet- en regelgeving. Het is dus niet zo dat de drijver van een inrichting zomaar verplicht zou zijn om onverkort aan voorbeeldvoorschriften van een PGS-richtlijn te voldoen. Een PGS-richtlijn heeft immers geen directe werking.

Gaastra advocaten is betrokken bij verschillende zaken waarin het bevoegd gezag zich op het standpunt stelt dat de drijver van een inrichting aan één of meerdere voorbeeldvoorschriften uit een PGS-richtlijn zou moeten voldoen, terwijl (een specifieke verwijzing naar) dergelijke voorbeeldvoorschriften uit een PGS-richtlijn niet in een voorschrift bij de vigerende omgevingsvergunning milieu is (of zijn) opgenomen. Dit standpunt is onjuist.

Voorbeeldvoorschriften uit een PGS-richtlijn zijn immers niet (zomaar) op een inrichting van toepassing. Uitgangspunt is dat de (milieu)eisen waaraan de drijver van een inrichting zou moeten voldoen, volgen uit de omgevingsvergunning(en) milieu (en eventuele andere omgevingsvergunningen) op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de daaraan verbonden voorschriften en de algemene regels die voor de inrichting gelden.

Daarnaast zijn er voorbeeldvoorschriften die in PGS-richtlijnen zijn opgenomen. PGS-richtlijnen zijn documenten over specifieke activiteiten met gevaarlijke stoffen die door deskundigen zijn opgesteld. Zo heeft PGS 15 bijvoorbeeld betrekking op de ‘Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen’ en heeft PGS 29 betrekking op de ‘Bovengrondse opslag van brandbare vloeistoffen in cilindrische tanks’.

Een PGS-richtlijn betreft geen direct bindende wet- en regelgeving. Hoewel PGS-richtlijnen in de Regeling omgevingsrecht als informatiedocument over best beschikbare techniek kunnen worden aangemerkt, hebben PGS-richtlijnen geen directe werking. Het is dus niet zo dat de drijver van een inrichting verplicht zou zijn om onverkort aan alle (nieuwe) voorbeeldvoorschriften van een (herziene versie van een) PGS-richtlijn te voldoen, indien binnen de desbetreffende inrichting activiteiten zouden worden ontplooid die zouden vallen onder een PGS-richtlijn.

Voorbeeldvoorschriften uit een PGS-richtlijn zouden alleen bindend voor een inrichting kunnen worden door middel van een verwijzing naar specifieke voorbeeldvoorschriften van een PGS-richtlijn in een voorschrift bij de omgevingsvergunning milieu van de desbetreffende inrichting.

Uit de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt voorts dat een algemene verwijzing naar (onderdelen van) een PGS-richtlijn in een voorschrift bij een omgevingsvergunning milieu niet is toegestaan. Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan in een vergunningvoorschrift slechts met een verwijzing naar (onderdelen van) een PGS-richtlijn worden volstaan, als voldoende duidelijk is welke verplichtingen in het concrete geval uit die (onderdelen van de) PGS-richtlijn voortvloeien. Zonder nadere concretisering in voorschriften is immers niet duidelijk welke voorzieningen op grond van (bepaalde onderdelen van) een PGS-richtlijn zouden moeten worden getroffen. Een algemene verwijzing naar (onderdelen van) een PGS-richtlijn wordt dan ook in strijd geacht met het rechtszekerheidsbeginsel, dat eist dat de verplichtingen die voortvloeien uit een aan een vergunning verbonden voorschrift duidelijk en niet voor meerderlei uitleg vatbaar zijn (zie ABRvS 15 september 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BN7026, r.o. 2.6.3).

Het verdient daarom aanbeveling om te onderzoeken of het bevoegd gezag zich in een concreet geval wel terecht op het standpunt stelt dat de drijver van een inrichting aan één of meerdere voorbeeldvoorschriften uit een PGS-richtlijn zou moeten voldoen. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval zou mogelijk voorkomen kunnen worden dat onnodige voorzieningen (op een te korte termijn) zouden moeten worden getroffen.