Header
Nederlands
English
Nederlands
English

Inperking van rechtsbescherming

Website voor Juristen Mr.
Inperking van rechtsbescherming tegen de overheid gaat niet voor betere besluitvorming zorgen

dinsdag, 29 januari 2013 door André Gaastra & Marijn Bodelier op Mr. - Website voor juristen

Belanghebbenden kunnen tegen overheidsbesluiten opkomen bij de bestuursrechter. Deze rechtsbescherming is essentieel in de rechtstaat waarin recht heerst en niet willekeur. Het is ook cruciaal voor het vertrouwen van burgers in de overheid. De rechtsbescherming voor burgers en bedrijven wordt echter steeds verder ingeperkt, terwijl de overheid zich zelf niet aan de regels hoeft te houden.

De wetgever heeft al eerder, in de Crisis- en herstelwet, de groep van belanghebbenden ingeperkt die tegen besluiten voor bepaalde grote projecten op kunnen komen. Het belangrijkste doel van die wet was het stimuleren van de bouw. Door het versnellen en versimpelen van juridische procedures zou dat kunnen, was de gedachte. Dit ging al ten koste van de positie van bedrijven en burgers die tegen deze projecten zijn, of andere ideeën voor de uitvoering van die projecten hebben. Belanghebbenden kunnen niet opkomen tegen overheidsbesluiten, als de norm waar zij een beroep op doen niet is bedoeld om hun eigen belangen te beschermen. Sinds de jaarwisseling is dit ‘relativiteitsvereiste’ echter van toepassing geworden op alle overheidsbesluiten en niet slechts op die onder de Crisis- en herstelwet. De tweede inperking van de rechtsbescherming betreft de mogelijkheid om besluiten in stand te laten als de overheid zich niet aan de regels heeft gehouden. Die mogelijkheid was er eerder ook al, maar daar kon alleen maar gebruik van worden gemaakt bij een vormvoorschrift. Nu kan de schending van normen door de overheid ook met de mantel der liefde worden bedekt als het gaat om een inhoudelijke fout in de besluitvorming. De voorwaarde daarvoor is dan wel dat dit alleen kan als aannemelijk is dat belanghebbenden daardoor niet worden benadeeld, maar de overheid en de rechter kennen alle betrokken belangen natuurlijk niet altijd. Het is goed mogelijk dat er belangen zijn waar rekening mee moet worden gehouden, maar die niet in de procedure naar voren zijn gekomen.

Op het eerste gezicht lijkt de oorspronkelijke opzet van de wetswijziging verstandig. Snelwegen of woonwijken kunnen zo wellicht sneller worden aangelegd. Deze twee nieuwe elementen in het bestuursprocesrecht zijn echter zorgelijk en geen oplossing voor het werkelijke probleem. Het werkelijke probleem is dat de kwaliteit van de besluitvorming vaak te wensen overlaat. Naar ons oordeel begeeft de overheid zich met deze nieuwe wet verder op de verkeerde weg. Het verminderen van de mogelijkheden om tegen besluiten op te komen en het installeren van een ruimere mogelijkheid om in de besluitvorming gemaakte fouten toe te dekken, zal de kwaliteit van de besluitvorming niet bevorderen. Het is principieel onjuist dat de wet(gever) toelaat dat de overheid zich niet altijd aan haar eigen regels houdt. Een overheid die haar eigen regels niet serieus neemt, wekt weinig vertrouwen. Bovendien is de dreiging van een tik op de vingers van de bestuursrechter een essentiële stimulans voor de overheid gebleken om haar burgers serieus te (blijven) nemen. Het wijzen op fouten in de procedure is vaak het enige waar belanghebbende burgers en bedrijven bij de bestuursrechter iets mee kunnen bereiken. De genoemde maatregelen lijken ons dan ook eerder een slecht lapmiddel dan een daadwerkelijke oplossing voor het vermeende probleem van te langdurige procedures. De echte oplossing daarvoor is eerder verdere kwaliteitsverbetering bij de overheid dan het verder inperken van de rechtsbescherming. Een ruime mate van rechtsbescherming voor burgers en bedrijven is wat ons betreft juist een essentiële voorwaarde voor de verbetering van besluitvorming, omdat het de overheid blijvend dwingt om eerst goed na te denken voordat het een besluit neemt.

André Gaastra & Marijn Bodelier
advocaten bij Gaastra advocaten te Schiphol


terug naar boven


Meer weten?

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel neem dan contact op met de auteurs:
André Gaastra & Marijn Bodelier of bel ons kantoor:
T +31 (0)20 654 96 44