pagina afdrukken


Monumentale akoestiek

Ook de akoestiek blijkt een beschermingswaardig element van een monument te kunnen zijn.

Uit een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 12 juni 2013, gepubliceerd op 27 augustus 2013 (ECLI:NL:RBAMS:2013:3388), blijkt dat ook de akoestiek een beschermenswaardig element van een monument kan zijn.

Deze uitspraak betrof de verlening van onder meer een monumentenvergunning aan een projectontwikkelaar voor de verbouwing van een pand waarin zich een concertzaal bevindt. Hiertegen kwamen omwonenden op. Zij meenden dat het bevoegd gezag in redelijkheid niet de monumentenvergunning had kunnen verlenen. In eerste instantie had het bevoegd gezag immers geen onderzoek gedaan naar de mogelijke veranderingen in de akoestiek. Volgens het bevoegd gezag was dit ook niet vereist omdat de akoestiek van het betreffende pand niet is vermeld op de waardestelling bij het besluit tot aanwijzing van het pand als gemeentelijk monument.

De rechtbank overweegt echter met een verwijzing naar vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat een onroerende goed slechts in zijn geheel op de monumentenlijst kan worden geplaatst (ABRvS 14 november 2012, LJN: BY3086). De werking van de Monumentenwet strekt zich dan ook uit over het pand als geheel. De in het register van beschermde monumenten opgenomen omschrijving dient slechts om aan te geven welke aspecten en bestanddelen van het object in het bijzonder beschermenswaardig zijn, maar dat betekent volgens de rechtbank niet dat het monument alleen maar bescherming geniet voor zover dat staat beschreven in de omschrijving.

Het is voor ontwikkelaars en vergunningverlenende overheden bij verlening van een monumentenvergunning dus steeds zaak na te gaan welke elementen mogelijk beschermenswaardig zijn en daar in een besluit tot verlening van een monumentenvergunning aandacht aan te besteden.

Deze zaak liep overigens voor het bevoegd gezag en de vergunninghouder goed af. De rechtbank liet de vergunning kort gezegd in stand omdat het bevoegd gezag door middel van deskundigenberichten kon aantonen dat de akoestiek niet dusdanig wijzigt dat zij de monumentenvergunning in redelijkheid niet kon verlenen.