pagina afdrukken


Seveso III richtlijn 1 juni

Per 1 juni 2015 wordt de Seveso III-richtlijn in Nederland van kracht. Op die datum wordt de Richtlijn in het Besluit Risico Zware Ongevallen (hierna: "BRZO") geļæ½mplementeerd. Het BRZO 1999 wordt dan omgedoopt tot BRZO 2015.

Seveso III richtlijn op 1 juni 2015 van krachtPer 1 juni 2015 wordt de Seveso III-richtlijn in Nederland van kracht. Op die datum wordt de Richtlijn in het Besluit Risico Zware Ongevallen (hierna: “BRZO”) geïmplementeerd. Het BRZO 1999 wordt dan omgedoopt tot BRZO 2015. Voor bedrijven die met gevaarlijke stoffen werken is het meest ingrijpende gevolg de implementatie van de Classification, Labelling and Packaging Regulation (hierna: "CLP-verordening").

Het thans nog van kracht zijnde BRZO is de implementatie van de Seveso II-richtlijn. De Seveso II-richtlijn heeft als doel zware ongevallen met gevaarlijke stoffen te voorkomen en de gevolgen daarvan voor mens en milieu te beperken. Wet- en regelgeving omtrent arbeidsveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding voor de meest risicovolle bedrijven zijn door het BRZO in een wettelijke regeling samengebracht.

Op grond van drempelwaarden ten aanzien van de aanwezige hoeveelheid gevaarlijke stoffen die bedrijven binnen de inrichting mogen hebben, wordt bepaald of een bedrijf wel of niet onder het BRZO valt. In het BRZO wordt onderscheid gemaakt tussen de lichte categorie en de zware categorie. Bedrijven die tot de lichte categorie behoren dienen te beschikken over een preventiebeleid Zware Ongevallen en een Veiligheidsbeheersysteem. Bedrijven die tot de zware categorie behoren dienen daarnaast ook een Veiligheidsrapportage op te stellen.

De gedachte achter de Seveso III-richtlijn is voornamelijk geweest om de indelingssystematiek voor gevaarlijke stoffen in overeenstemming met de CLP-verordening te brengen. Dat is dan ook meteen de meest belangrijke wijziging. Onder het huidige BRZO wordt nog een classificatiemethodiek gebruikt die is gebaseerd op de, inmiddels vervallen, Wet milieugevaarlijke stoffen. De classificatie en indeling zal onder het nieuwe BRZO aan de hand van de Europese CLP-verordening plaatsvinden.

Dit kan voor bedrijven in beginsel tot gevolg hebben dat zij onder het bestaande regime niet zijn aangewezen als BRZO-bedrijf en dat zij onder het nieuwe regime wel worden aangewezen. Ook kan een bedrijf dat onder het huidige BRZO onder de lichte categorie wordt gerekend, onder het nieuwe BRZO onder de zware categorie wordt gerekend. In dat geval zal aan aanvullende eisen moeten worden voldaan. Het is ons nog niet duidelijk of dit zich in veel gevallen zal voordoen.

Een andere wijziging die het gevolg zal zijn van de implementatie van de Seveso III-richtlijn is de verplichting voor bedrijven VR-plichtigtige bedrijven om niet alleen naar de risico’s van de eigen activiteiten te kijken, maar ook naar de risico’s van naburige bedrijven die van invloed kunnen zijn op de oorzaak of verergering van een zwaar ongeval. Tevens dienen de risico's met een natuurlijke oorzaak in kaart worden gebracht. Dit kan worden gezien als een uitbreiding van de VR-plicht.