pagina afdrukken


Toetsing aan Barro

In een uitspraak van 28 maart 2014 heeft de rechtbank Noord-Nederland bepaald dat zij een onherroepelijk bestemmingsplan niet kan toetsen aan het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening bij de verlening van een omgevingsvergunning voor bouwen en voor het afwijken van een bestemmingsplan.

De feiten lagen in deze zaak als volgt. B&W van Vlieland hebben een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een appartementencomplex. B&W hebben tegelijkertijd een omgevingsvergunning verleend voor het afwijken van het bestemmingsplan op basis van een afwijkingsbevoegdheid in het geldende bestemmingsplan. De buurman van het perceel waarop dit appartementencomplex zou worden gebouwd, was het niet eens met de verlening van die vergunning en stelde onder meer dat deze in strijd zou zijn met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro bevat algemene regels voor de gemeenteraad omtrent de inhoud van een bestemmingsplan. In artikel 2.3.5 Barro is bepaald dat op gronden buiten het stedelijk gebied geen nieuwe bebouwing mogelijk mag worden gemaakt in een nieuw bestemmingsplan ten opzichte van het oude bestemmingsplan, daar waar het betreft kustfundamenten. Volgens de buurman werd dit door de vergunning voor het appartementencomplex wel mogelijk gemaakt.

De rechtbank overweegt in haar uitspraak van 28 maart 2014 dat aan algemeen verbindende voorschriften (zoals afwijkingsbevoegdheden in een bestemmingsplan) verbindende kracht kan worden ontzegd als deze in strijd zijn met een hoger wettelijk voorschrift. Het Barro richt zich volgens de rechtbank echter uitsluitend tot de gemeenteraad en bevat geen rechtsreeks werkende regels voor burgers. Bij de verlening van een omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan op grond van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid bindt het Barro het gemeentebestuur volgens de rechtbank niet. Als de buurman van mening is dat in het bestemmingsplan het Barro niet of onvoldoende in acht is genomen, had de buurman volgens de rechtbank moeten opkomen tegen het bestemmingsplan. De rechtbank toetst bij de verlening van de omgevingsvergunning voor het bouwen en het afwijken van het bestemmingsplan op basis van een afwijkingsbevoegdheid in het geldende bestemmingsplan niet meer aan het Barro. Dat zou anders zijn geweest als in het bestemmingsplan geen afwijkingsbevoegdheid was opgenomen. Bij de verlening van de zogeheten "buitenplanse" omgevingsvergunningen op grond van artikel 2.12 lid 1 sub a en onder 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is B&W wel gebonden aan het Barro.

Deze uitspraak bevestigt eens te meer dat het van belang is om bij de totstandkoming van een bestemmingsplan scherp te zijn op alle ontwikkelingsmogelijkheden voor naburige percelen die een bestemmingsplan biedt. Ook kan een nieuw bestemmingsplan de bestaande gebruiksmogelijkheden van het eigen perceel beperken. Het is dan ook essentieel om een nieuw bestemmingsplan kritisch te bestuderen en tijdig (binnen de wettelijke termijnen) te reageren op een mogelijk onwelgevallig (ontwerp)bestemmingsplan. Anders kan men weleens voor onaangename verrassingen komen te staan.