pagina afdrukken


Wijziging EVOA

Het Europees Parlement heeft op 17 april 2014 ingestemd met een voorstel van de Europese Commissie tot wijziging van de EVOA (de verordening inzake de overbrenging van afvalstoffen). Deze wijziging beoogt een meer uniforme handhaving van de EVOA binnen de EU te bewerkstelligen.

Het Europees Parlement heeft op 17 april 2014 ingestemd met een voorstel van de Europese Commissie tot wijziging van de EVOA (de verordening inzake de overbrenging van afvalstoffen). Deze wijziging beoogt een meer uniforme handhaving van de EVOA binnen de EU te bewerkstelligen. Dit doel tracht men te bereiken door EU-brede minimumvereisten voor controles vast te stellen. Lidstaten zullen ook worden verplicht inspectieplannen op te stellen.

Voor de concurrentiepositie van Nederland lijkt deze wijziging positief. Nederlandse exporteurs en handelaren hebben te lijden van de verhoudingsgewijs zwakke handhaving in andere Europese landen. Een gemiste kans lijkt ons echter het uitblijven van verduidelijking van begrippen en het wegnemen van interpretatieverschillen tussen de lidstaten (bijvoorbeeld met betrekking tot normen voor maximale verontreinigingen). Alleen daarmee zou naar ons inzicht een echt gelijk speelveld voor afvaltransport kunnen worden gecreëerd.

De wijziging introduceert op Europees niveau voorts de mogelijkheid voor het bevoegd gezag om van de exporteur bewijs te vragen omtrent de rechtmatigheid van de afvaloverbrenging. Voor Nederland lijkt dit element niets nieuws te brengen. De toezichthouder heeft op grond van de Algemene wet bestuursrecht immers al het recht om in redelijkheid alle medewerking te vorderen bij het uitoefenen van zijn toezicht. Voorts kan de toezichthouder in Nederland reeds inzage vorderen in gegevens.